Collectie-uitdieping ® Henk Schoenmakers
NL EN FR

Hans Hartung

03/07/2005 - 04/09/2005

Hans Hartung werd geboren op 21 september1904 in Leipzig. Zijn vader werkte als wetenschapper bij een farmaceutisch bedrijf. Zijn grootvader was naast wetenschapper tevens kunstenaar en musicus. Leipzig is niet enkel de stad van Caspar David Friedrich en de Duitse romantici, maar tevens van kunstenaars als Max Beckman. Net als bij deze kunstenaars blijft ook bij Hartung de fascinatie voor de natuur en het toekennen van een geestelijke dimensie aan het overweldigende van het heelal steeds aanwezig.

In 1922 maakt Hartung zijn eerste abstracte werken. Hoewel abstractie op zichzelf reeds gangbaar was, is de abstractie van Hartung totaal nieuw. In tegenstelling tot surrealistisch geïnspireerde kunstenaars als Joan Miro of kunstenaars zoals Piet Mondriaan, Wassily Kandinsky en Kasimir Malevich is er bij de abstractie van Hartung helemaal geen verwijzing meer naar een reële fysieke, psychologische, sociale of spirituele ruimte. Het teken dat op papier verschijnt is het resultaat van een artistieke geste en refereert enkel naar zichzelf. Het is deze bevrijding van de kunst, los van de realiteit, die Hartung tot een icoon maakt van de moderniteit.

In de jaren 1920 verhuist Hartung naar Frankrijk, het toenmalige ‘Mekka van de Kunst’ en ontwikkelt er zijn ganse vormentaal en meesterschap. Zijn werk wordt een synthese tussen de Duitse Romantiek, de explosieve lijnvoering, het getormenteerde kleurgebruik en de franse zuiverheid van lijn en helderheid van compositie, à la Matisse. In die zin is Hartung waarschijnlijk de eerste echte Europese kunstenaar.

Met de oorlog voor de deur begint Hartung een zwervers bestaan om zich uiteindelijk in te lijven bij het Franse vreemdelingenlegioen. In Noord-Afrika raakt hij gewond aan het been dat later geamputeerd dient te worden. In 1945 is Hartung terug in Frankrijk waar hij eigenaardig genoeg, na zeven jaar van gruwel, het penseel weer opneemt waar hij het had achtergelaten. Dit illustreert hoezeer voor Hartung kunst een puur geestelijke activiteit is die niets met de dagelijkse realiteit te maken had. In zijn autobiografie verklaart Hartung: « Je veux être libre des autres et de moi-même ».

In de naoorlogse periode ontstaat er, parallel met het Amerikaans abstract expressionisme, in Europa een nieuwe succesvolle richting onder de naam: ‘Lyrische Abstractie’ met o.a. Georges Mathieu, Pierre Soulage, Serge Polliakoff, e.a. Deze beschouwen de 20-jaar oudere Hartung als hun mentale vader. De bewondering is gebaseerd op de schijnbare spontaniteit en de snelheid waarmee Hartung zijn werken realiseert. Hartung profiteert gretig van de aandacht en wordt meteen zowel een oorlogs - als artistieke held. Hartung heeft echter weinig gemeen met deze getormenteerde kunstenaars die vooral de diepste individuele gevoelens van de kunstenaar willen uitdrukken en de schilderkunst een radicale nieuwe functie willen toedichten.

Hartung blijft een klassiek schilder, op zoek naar het ultieme schilderij, die zich wil inschrijven in de grote traditie van Rembrandt van Rijn tot Francisco de Goya. Hierbij gebruikt hij alle gangbare technieken zoals schilderen, tekenen, etsen, e.a. en heft de onderlinge hiërarchie op. Tot het eind van de jaren 1950 zijn de schilderijen van Hartung nauwkeurige uitvergrotingen van vooraf gemaakte tekeningen. De spontaniteit is dan ook ver te zoeken. Opvallend hierbij is dat geen enkele criticus, conservator of collega dit opmerkte. De spontaniteit van Hartung was een geschilderde spontaniteit, maar niet de spontaniteit zelf?

Pas in de jaren 1960 met de opkomst van de acrylverf gaat Hartung rechtstreeks op doek schilderen. Dit heeft te maken met de snelle droogtijd van de verf. Centraal bij Hartung staat de snelheid van de realisatie of hoe kan ik een schilderij maken die aan alle klassieke voorwaarden voldoet in een minimum van tijd. Vanaf deze periode werkt hij ook met een uitgebreid atelier, een soort ‘Factory’ à la Warhol avant la lettre. Hartung maakt uitgebreide reeksen schilderijen, tekeningen, etsen, e.a. Opmerkelijk hierbij is dat hij geen onderscheid maakt tussen de verschillende werken. Allen worden evenwaardig beschouwd en krijgen een opvolgingsnummer als titel los, van enige kwaliteitscriteria of techniek. Het is alsof Hartung zijn ganse oeuvre als één werk beschouwde.

Sociaal gezien zijn de jaren 1960 het laatste hoogtepunt uit de loopbaan van Hartung. Retrospectieve tentoonstellingen en eerbetuigingen volgen elkaar in een razend snel tempo op. Het is ook de periode waar hij een maximaal raffinement weet te ontwikkelen in zijn schilderkunst.

Eind jaren 1960 verdwijnt Hartung, samen met heel wat Europese collega’s, echter uit het avant-garde toneel. De Europese markt wordt enerzijds overspoeld door de sterk politiek en economische gesteunde Amerikaanse kunstenaars en anderzijds zorgen de nieuw opgekomen avant-gardes zoals Pop-, Minimal- en Concept Art voor een sterke socialisering en radicalisering in de verhouding tussen kunst en publiek. De oudere generaties worden als burgerlijk ervaren en de schilderkunst op zich wordt al snel dood verklaard.

Hartung trekt zich wat verbitterd terug op een prachtig domein in Antibes (Zuid-Frankrijk). Ook al blijft de publieke aandacht uit, economisch gaat het hem voor de wind. Vanaf de jaren 1970 experimenteert hij onophoudelijk met allerlei materialen, gereedschap, dragers, verven, e.a. Steeds sneller, gedrevener en efficiënter gaat hij te werk. In het jaar van zijn overlijden, in 1989, maakt Hartung nog 360 schilderijen. Na zijn dood werd in 1994 te Antibes de ‘ Fondation Hans Hartung et Anna-Eva Bergman’ opgericht. Deze stichting beschikt over een paar duizend schilderijen, 8ooo tekeningen, 20 000 foto’s, duizenden gravures en litho’s. Het openstellen voor professionelen van het ganse oeuvre, creëerde de mogelijkheid totaal nieuwe inzichten te verschaffen in de productie, de methodologie, de denkwijze, de houding, de geschiedenis van Hartung en uiteindelijk in de essentie van het kunstenaarschap zelf.

De tentoonstelling in het MDD concentreert zich op werken uit de jaren 1960 en 1989. De werken uit de jaren 1960 maakten Hartung wereldberoemd, maar waren tegelijker tijd aanleiding tot hevige reacties van de daaropvolgende avant-gardes. In het jaar van zijn overlijden, maakt Hartung een reeks werken die getuigen van een enorme vrijheid. Ze hebben zelfs iets jeugdigs en exploderen door hun kleurgebruik en hun snelheid van realisatie. Het is alsof alle druk van de kunstenaar is weggevallen en hij zijn totale vrijheid heeft herwonnen.

Hoewel beide periodes formeel mijlen ver van elkaar verwijderd zijn, is er toch duidelijk dezelfde kunstenaar aan het werk. De confrontatie tussen beide periodes lijkt ons opportuun voor een beter begrip in het denken, doen en zijn van een kunstenaar.


d-artagnan | all for advertising