Art & Language ® Henk Schoenmakers
NL EN FR

Hippolyte Daeye

03/07/2005 - 04/09/2005

Hippolyte Daeye werd geboren op 16 maart 1873 te Gent in een deugdelijk, katholiek, burgerlijk gezin waar waardigheid, werklust, zelfdiscipline en eerlijkheid hoog staan aangeschreven. Deze waarden blijft hij levenslang trouw, maar Daeye is tevens uiterst gevoelig, bedeesd en wordt voortdurend gekweld door twijfel en wanhoop.

Bij het overlijden van zijn vader erft hij een aanzienlijk fortuin zodat hij nooit materiele problemen zal kennen. Het enige minpuntje in zijn zorgeloos bestaan is een beenderziekte op tienjarige leeftijd wat groeistoornissen met zich meebrengt en waardoor Daeye steeds relatief klein van gestalte blijft.

Ook de grote wereldgebeurtenissen hebben weinig invloed op zijn bestaan. Tijdens WO 1 verblijft hij in Engeland met zijn gezin en bevriende kunstenaars (o.a. Gustave Van de Woestijne, Edgard Tytgat, Constant Permeke, e.a.). Het is één van de gelukkigste periodes uit zijn leven. Tijdens WO 2 is hij verplicht in Antwerpen te blijven wegens de ziekte van zijn vrouw. Niet de oorlog zelf, maar de eeuwige discussies onder de vrienden over die oorlog brengen hem in de war. Dit toont het spanningsveld aan waarbinnen Daeye zich beweegt, nl. de broze lijn tussen wat is en wie ik ben.

Daeye is een laatbloeier. Pas op 23 jarige leeftijd besluit hij kunstenaar te worden. Hij gaat naar de Academie te Gent en daarna naar het Hoger Instituut voor Schone Kunsten te Antwerpen. Belangrijker dan de academie zijn de reizen die hij onderneemt. In de eerste plaats naar Spanje en Marokko (1903-1904). Hier ontdekt hij de kleurrijkdom in de klederdracht, de dans, het licht; maar vooral Diego Velásquez.

Van deze kunstschilder leert Daeye de essentie van zijn kunstenaarsschap. De scherpte en betrokkenheid waarmee Velasquez zijn onderwerpen analyseert, en er tegelijkertijd afstand van neemt, is voor Daeye een enorme revelatie. Tevens ontdekt Daeye bij Velásquez de tonaliteit. De kleuraanbreng bij Velásquez is uiterst subtiel en genuanceerd. Het is alsof de kleur even wordt opgezogen door het doek om des te feller te exploderen richting toeschouwer. Velásquez heeft Daeye zeker ook bevestigd in zijn voorliefde voor het schilderen van portretten.

Artistiek is ook het verblijf in Engeland gedurende de eerste WO van belang. Vooreerst ontstaan er de hechte vriendschapsbanden met kunstenaars uit de Latemse groepen. Hier ontdekt hij naast James Whistler, John Constable en William Turner ook de Afrikaanse kunst, de Russische balletten en de franse fauvisten. Henri Matisse, Pablo Picasso, Georges Braque, André Derain, en in het bijzonder Amedeo Modigliani, maken diepe indruk op Daeye. Het is de duidelijke en trefzekere lijnvoering in de tekening en de klaarheid van compositie die Daeye blijvend beïnvloedt.

Hoewel Daeye goed op de hoogte was van het hedendaagse kunstgebeuren en er zelf een vurig verdediger van was, wat blijkt uit de vele tentoonstellingen die hij mee organiseerde, toch vinden we van schilderkundige vernieuwing weinig terug in zijn oeuvre. Daeye is de schilder van de intimiteit en de twijfel. Zijn werk ontstaat in de stilte, en afzondering van het atelier, en in de geborgenheid van het gezin, ver weg van de buitenwereld. Deze dualiteit tussen de kennis van de hem omringende wereld en de bescheidenheid van zijn eigen oeuvre, is kenmerkend voor zijn persoonlijkheid.

In haar inleiding voor de oeuvre catalogus schrijft zijn kleindochter Mevr. Bernadette De Visscher-D’Haeye in 1989: ‘...toen Daeye besloot schilder te worden, had de westerse kunst sinds meer dan vijftig jaar haar traditionele sociale functie verloren. Door deze nieuwe benadering van zijn beroep, bevond de kunstenaar zich voor een keuze: opteren voor de officiële kunst of de weg van het modernisme inslaan en een leven aan de kant van de maatschappij leiden...”. En verder: “Daeye heeft het dilemma van de modernistische kunstenaar des te intenser aangevoeld omdat hij voor een wereld van tegenstrijdigheden opteerde. Hoewel hij besefte dat hij zich als kunstenaar buiten de maatschappij had geplaatst, wilde hij een burgerlijke relatie met haar in stand houden”.

Heel wat kunstenaars hebben deze verscheurende keuze meegemaakt. Velen plooiden terug op het academisme en zijn hopeloos in de anonimiteit verdwenen. Anderen hebben een onuitputtelijke strijd gevoerd om vernieuwend te zijn. Het ontbrak de meeste aan genialiteit en ook zij werden veroordeeld tot de anonimiteit. Daeye scheen zich hiervan bewust, en gelukkig voor ons, is hij zichzelf in alle eerlijkheid trouw gebleven. Geen werk getuigt beter van de broosheid van de positie van de kunstenaar als het oeuvre van Daeye. Precies daarom is zijn werk ook vandaag nog zo brandend actueel.

De selectie van werken voor de tentoonstelling in het MDD is een puur subjectieve keuze, zoals bij de meeste tentoonstellingen die het MDD wijdt aan kunstenaars uit die periode. De werken werden gekozen voor hun intrinsieke kwaliteit en de betekenis die ze kunnen hebben vandaag.

In ‘ Meisje met gevouwen handen’ uit 1938 is de achtergrond opgebouwd uit witten, grijzen en blauwen. De verf is zeer schraal en onregelmatig aangebracht. Het is de kleur die de compositie bepaalt en uitdrukking geeft aan een diepe verstilling. De figuur is schetsmatig getekend alsof de kunstenaar de lijnen nog elk moment wil uitvegen. Toch is het net die lijnvoering die de expressie van het schilderij bepaalt. De uitersten, kleurcontemplatie en lijnvoeringexpressie komen zo dicht bij elkaar te liggen waardoor het beeld niet meer in één blik te vatten is en uitdrukking geeft aan een eeuwig onbestemd verlangen.


d-artagnan | all for advertising