Frits Van den Berghe / foto: Henk Schoenmakers
NL EN FR

Elke Krystufek

18/09/2005 - 23/10/2005

De Weense kunstenares Elke Krystufek is één van de meest spraakmakende persoonlijkheden in de hedendaagse kunst. Ze maakte internationaal naam met haar indringende, soms pijnlijk fysieke performances, video’s, schilderijen en fotocollages. Haar werk lokt steeds opnieuw veel reactie uit. Meestal is haar eigen, al dan niet naakte, lichaam het onderwerp. Schaamteloos toont ze alle aspecten van zichzelf: leven en kunst zijn bij haar gelijk. In 1997 deed ze bijvoorbeeld een performance in de Galerie Nicolaï Wallner in Kopenhagen waar ze een stripteaseact opvoerde. Het was geen erotische opvoering want de act werd herleid tot een schaamteloos uittrekken van de kleren. Het hoogtepunt was toen ze een grote glazen beker tussen haar benen schoof, erin plaste en de inhoud vervolgens opdronk.

Elke Krystufek studeerde eind jaren tachtig bij Arnulf Rainer in Wenen. De kunst in de hoofdstad van Oostenrijk kent een traditie waarbij het onbewuste, de doods- en levensdriften expliciet worden opgeroepen. In de jaren 1960 was Wenen het bolwerk van de Wiener Aktionisten die met hun acties, zelfkastijding en -mutilatie tot een catharsis wilden leiden en de geest bevrijden. Ook de Weense kunstenaars Gustav Klimt en Egon Schiele toonden al daarvoor in hun werk de naakte mens, ontdaan van franjes of moreel protocol. Krystufek zelf schudde het juk van het Weense burgerlijk milieu waarin ze opgroeide van zich af en begon vanaf 1990 schilderijen en tekeningen te maken naar de ontelbare foto’s die ze voortdurend van zichzelf nam.

Elke Krystufek is gefascineerd door het vaak grote contrast tussen enerzijds het beeld dat we van onszelf hebben en dat we aan anderen willen tonen, en anderzijds de manier waarop anderen ons werkelijk bekijken. Die visies zijn geen van beiden neutraal, maar altijd gekleurd door de media. “Ik heb besloten om van mijn leven een kunstwerk te maken. Ik heb geen privé-leven. Alles is openbaar”, verklaarde ze ooit. Niets blijft de toeschouwer bespaart: de inhoud van haar WC-pot, een emmer met kots, de piemels van haar vriendjes, en vooral haar eigen geslachtsdelen. We zien de wallen onder haar ogen groeien, haar lichaam dikker worden en vervolgens weer vermageren. We zien haar lachen en huilen. Hoewel ze veel lijkt prijs te geven over zichzelf, is het zij die bepaalt wat wordt geweten over haar en wat niet, waardoor ze voor het publiek steeds een raadsel blijft. In haar werk bekritiseert ze onder meer de manier waarop religie en media omgaan met het lichaam. De eerste zweert het lichaam af omdat het zondig is; de ander heeft het lichaam onderschikt gemaakt aan ideaalbeelden die nauwelijks overeenkomen met de realiteit. Kunstenaars als Nan Goldin en Tracey Emin, ook bekend om hun extreem exhibitionistische oeuvres, gingen haar daarin voor.

Haar schilderijen kunnen gezien worden als auto-exploratie. In de talloze zelfportretten exposeert ze zichzelf en haar gevoelens voor de toeschouwer. Ze kijkt de toeschouwer daarbij steevast recht in de ogen waardoor de ‘voyeur’ in verlegenheid wordt gebracht. In haar autobiografische zoektocht worden ook persoonlijkheden uit heden en verleden vermengd (zoals modeontwerpster Vivienne Westwood of zanger Jacques Brel). Het zijn persoonlijkheden die ze meestal niet zelf heeft ontmoet maar die haar wel aanspreken of waarmee ze zich verwant voelt. Ook gebruiksobjecten en zelf gedragen kleren worden door haar ontworpen, wat kan gezien worden als een uitbreiding van haar lichamelijke zelfrepresentatie. Haar extravagante kleren, die ze Katharsis Couture noemt, zijn tweedehands gekocht en heeft ze gewijzigd door er in te knippen, op te schilderen of in te naaien.

Voor het MDD heeft Elke Krystufek ‘Proper Use’ ontwikkeld: een tentoonstelling dat als Gesammtkunstwerk functioneert en waarin haar recentste thema’s naast haar typische onderwerpen aan bod komen. Toch domineert deze keer niet de schandaal- en spektakelsfeer, waarmee haar werk gewoonlijk gepaard gaat.. Centrale werken zijn de twee hersenhelften en het woord ‘God’ dat in zestien talen werd uitgewerkt. Het brein, onderwerp van de psychoanalyse, lijkt de ware huisvesting te zijn van alle angsten en verlangens, én van de idee ‘God’. Interieurontwerp wordt gezien als het verlengstuk van fantasieën, haat en liefde: een boekenrek waarin de vorm van een swastika kan herkend worden, staat naast een Menorah, een immens joodse kandelaar. Zo analyseert ze met ‘Proper Use’ verder onze verborgen of onbewuste driften, gemanipuleerd door religie, media, taal, afkomst of het patriarchaat.


d-artagnan | all for advertising